Vandaag de dag 15.02.2018

Zojuist gelezen dat 50 percent van de bevolking niet in staat is om monogaam door het leven te gaan, vandaar dus al die gebroken relaties en echtscheidingen.
Maar dan stel ik mij toch de vraag, en ik weet dat ik nu een gevaarlijke uitspraak doe, of we polygamie toch niet wat meer moeten toelaten in onze relaties?
De bangelijke kwestie daarbij is natuurlijk, zijn we daartoe in staat, want we beschouwen elkaar toch als ons enig bezit, van ons en alleen van ons?
Zware discussie, maar toch iets om over na te denken, na al dat zeemzoete gedoe van Valentijn.
Als we kunnen afstappen van het idee dat we elkaars bezit zijn, en dat vooral ook ons gevoel daartoe ook in staat is, zouden er misschien toch heel wat drama’s kunnen vermeden worden, zowel wat de volwassenen betreft, als wat het de kinderen aangaat.
Maar zolang we daar geestelijk niet toe in staat zijn, zullen we elkaars hart blijven breken, en elkaar het hoofd blijven inslaan bij één of andere vechtscheiding.
Relaties zijn al ontzettend veranderd tegenover vroeger, toen het, ondanks het feit dat mensen langdurig samen bleven, meestal tot de dood, eigenlijk ook vaak kommer en kwel was. En vermits alles evolueert, en de ene verandering de andere meebrengt, kan ik mij heel goed voorstellen dat naast monogamie, ook polygamie een aanvaarde levensvorm kan worden, maar waarschijnlijk niet meer gedurende mijn aanwezigheid hier op aarde, al zijn er wel altijd mensen die niet wachten op de anderen om hun eigen regels te maken.
Tot slot: ik ben poly-amoureus, want zolang ik single ben mag ik zo vaak en op zoveel verliefd zijn als ik dat zelf wil!!!

Onverwachts moet ik hier toch nog iets aan toevoegen, want vanmorgen stonden er twee cadeautjes aan mijn voordeur, waarschijnlijk nog voor mijn verjaardag. Straks eens rondbellen, want ik denk dat het van een vriendin moet zijn. In elk geval een heel leuke verrassing, het is plots terug Valentijn!
En zopas ook nog een heel mooi kaartje uit de brievenbus gehaald, gericht aan een kattenmadame, en getekend Annemarie, waardoor ook dat raadsel weer opgelost is.

Vandaag de dag

Ziezo het is mij weer niet gelukt met Valentijn een lief te vinden en om van ’t straat te geraken, maar toch heel veel liefde gevoeld, dus neen, ik word toch maar geen non, zoals ik eerder op de dag van plan was, want in gedachten ben ik heel onkuis en te ondeugend om ooit een habijt met waardigheid te kunnen dragen.
Ik heb ondertussen wel een bende toffe vrienden op Facebook, en ze zeggen altijd als je je wensen loslaat, je het meeste kans hebt dat ze ooit in vervulling gaan. Dus we laten het los, we genieten van wat we hebben, en wie weet welke verrassingen het leven nog in petto heeft.
Het mooiste liefdeslied over de liefde vind ik het L’ Hymne à L’ Amour van Edith Piaf, en het mooiste liefdesgedicht een gedicht van Hans Andreus.

Voor een dag van morgen

Wanneer ik morgen doodga,
vertel dan aan de bomen
hoeveel ik van je hield.

Vertel het aan de wind,
die in de bomen klimt
of uit de takken valt,
hoeveel ik van je hield.

Vertel het aan een kind
dat jong genoeg is om het te begrijpen.
Vertel het aan een dier,
misschien alleen door het aan te kijken.
Vertel het aan de huizen van steen,
vertel het aan de stad
hoe lief ik je had.

Maar zeg het aan geen mens,
ze zouden je niet geloven.
Ze zouden niet willen geloven dat
alleen maar een man
alleen maar een vrouw
dat een mens een mens zo liefhad
als ik jou.

Hans Andreus

En ook mooi is:

Ga nu maar liggen liefste in de tuin,
de lege plekken in het hoge gras, ik heb
altijd gewild dat ik dat was, een lege
plek voor iemand, om te blijven.

Rutger Kopland

Mannen schrijven eigenlijk de mooiste liefdesgedichten, vind ik, of misschien komt dat omdat ik een vrouw ben, en liever een gedicht van een man lees. Wie zal het zeggen, onze verlangens zijn soms zo ondoorgrondelijk als het de liefde betreft…

 

Vandaag de dag

“O Valentijn, o Valentijn, wie wil mijn arme hartje adopteren, dat zo vol van liefde is?!”

Eigenlijk draait die hele Valentijn legende enkel rond een brief. Een brief die Valentijn schreef naar de blinde dochter van de cipier die hem ter dood moest brengen. Door de brief te lezen kon het meisje als bij wonder terug zien.
Een liefdesbrief, dat is toch eigenlijk het mooiste dat een mens kan krijgen. Geschreven, zwart op wit, hoeveel iemand van je houdt.
Ik heb er destijds veel geschreven, een valies vol, en in elke brief zeg je altijd weer hetzelfde: “ik hou van jou”.
Hoe ouder ik word, hoe sentimenteler ik hierover ook word, en gelukkig krijg ik het kwijt in mijn poëzie, want anders moest ik als een verliefde dwaas langs de straten lopen. Ik word tegenwoordig nog vlugger verliefd dan een puber, maar ik weet maar al te goed dat het daar wel zal bij blijven, zo realistisch ben ik dan wel, als ik ’s avonds alleen achter mijn computer zit.
Ook een reden te meer om geen vooroordelen te hebben, en al zeker niet over de liefde, je kan er altijd en overal, alle kanten mee op, en ook al stilt je verlangen nooit, ze is de moeite waard, want ze voegt datgene aan het leven toe wat oncontroleerbaar is, maar o zo overweldigend. En zeg nu zelf, wie wil nu niet eens overweldigd worden door de liefde?!

Vandaag de dag

Je kan niet blijven rouwen, het zou hypocriet zijn tegenover de overledenen. Het leven is te mooi om te verwerpen aan eeuwigdurend verdriet. Het enige blijvende spijtige is dat zij die er niet meer zijn, al zoveel gemist hebben en nog zullen missen. Een extra reden om ervan te genieten, want je zou moeten slaag krijgen als je dat niet doet.
Bijna de ganse dag heeft de zon geschenen, op deze overlijdensdatum. Er staken weer twee dichtbundels en een laat verjaardagskaartje in de brievenbus, en zelf heb ik ook twee gedichten uit mijn mouw geschud.
Iedereen om mij heen is lief en begripvol, we hebben weer een paar keer goed kunnen lachen, en we zijn gezond. En via dit blog krijg ik genoeg aandacht om dagelijks een camion mee te vullen!
Wat ik wel altijd vervelend vind, is dat mensen je “sterkte” wensen als je verdriet hebt, alsof verdriet taboe is en geweerd moet worden. Verdriet moet niet geweerd worden, verdriet moet een plaats krijgen in je leven, en je moet er troost in vinden dat je het een plaats hebt kunnen geven en geleerd hebt om er mee om te gaan.
Bovendien zal verdriet jou aanzetten om het anderen te besparen, en het anderen niet nodeloos aan te doen. En als verdriet je dan bovendien ook nog in staat stelt om extra lief te zijn voor jezelf en de anderen, is het helemaal zinvol geweest.
We moeten onze kinderen dus niet alleen leren gelukkig te zijn, maar we moeten ze ook leren verdrietig te zijn, er zouden heel wat minder depressies en zelfdodingen zijn, daar ben ik echt van overtuigd.

Vandaag de dag

12 februari, het tussenschot tussen twee uiterst belangrijke datums, enerzijds mijn verjaardag en aan de andere zijde de stervensdatum van mijn man.
Het was precies om middernacht van 10 naar 11 februari 2011 dat hij met zware ademnood weggevoerd werd met de MUG naar het ziekenhuis. Longontsteking.
Maar wij dachten, hij spartelt dit ook wel weer door, hij is al zoveel doorgesparteld. Geboren in 1945 met diabetes, maar niet echt het zorgenkindje uitgehangen, nooit,  en altijd zo gewoon en zo gezond mogelijk geleefd, tot op zijn vijftigste de sluipmoordenaar die diabetes is, zijn ware gedaante liet zien.
Het begon met een tenenamputatie aan de ene voet en tien jaar later met een beenamputatie aan het andere been. Tegelijkertijd een openhartoperatie en drie overbruggingen, om gemakkelijker te kunnen revalideren.
En revalideren, dat deed de dappere patiënt met klasse! Wel soms wat overmoedig, want hij is nog eens tweemaal gevallen en moest terug de spoed in. Gelukkig waren vrouw en zoon ondertussen volleerde verplegers geworden, en konden we hem wat intomen, en sorry voor de uitdrukking, ook eens serieus onder zijn voeten geven.
Zes jaar heeft hij het nog volgehouden en zijn beenprothese met waardigheid gedragen.
Als fervente sportman vond hij troost in petanque spelen, en hij ontwikkelde ook een nieuwe passie, en trok erop uit met zijn fototoestel. Dit is één van zijn foto’s.
Maar op 11 februari, op mijn 61ste verjaardag ging het dus mis, en kwam hij terug op de intensieve terecht van St.-Luc in Brussel.
Hoe hij het klaargespeeld heeft weet ik nog altijd niet, want veel kon hij mij niet vertellen, omdat dat teveel van zijn krachten vroeg en hij nog altijd met dat zuurstofmasker opzat, maar vanop zijn ziekenhuisbed in de intensieve heeft hij dus naar de bloemenwinkel Sterlitzia gebeld, die mij de volgende ochtend een boeket kwamen afleveren voor mijn verjaardag.
Dus wij waren ons nog van geen kwaad bewust, en dachten dat alles wel in orde zou komen. Hij vertelde mij ook dat het de eerste keer geweest was dat hij met plezier was binnengegaan in het ziekenhuis, want voelen dat je aan het stikken bent moet verschrikkelijk zijn.
Zijn been heeft hij laten amputeren, enkel plaatselijk verdoofd, dus hij was goed bij zijn hoofd en heeft dat bewust beleefd, maar geen adem meer krijgen dat is onhoudbaar. Alle organen laten het afweten en je verliest al je krachten.
De zondagmiddag 13 februari mochten we een uurtje bij hem, en om vijf uur heb ik hem nog gebeld. Het laatste dat hij toen gezegd heeft is “ik ga je laten want ik ben een beetje moe”.
En om 8 uur ’s avonds ging de telefoon…