Wie was Freud?

Sigmund Freud werd geboren in 1856. Hoewel hij in Freiberg, Moravia, werd geboren en in 1939 in Londen stierf was Sigmund Freud in hart en nieren Wener. Bijna tachtig jaar heeft hij in Wenen gewoond.

Van beroep was Freud medicus. Hij behandelde zieken volgens methoden die hij zelf had ontworpen. Tegenwoordig zou men hem psychiater hebben genoemd. De psychiatrie is een tak van de medische wetenschap die zich bezighoudt met de behandeling van geestesziekten en geestelijke afwijkingen. Freud was een van de grondleggers van de moderne psychiatrie.

Hoewel hij als medicus in zijn onderhoud voorzag, was de geneeskunde niet zijn keuze. Freuds voorkeur ging uit naar het wetenschappelijk onderzoek. Als medisch student en later in zijn relaties met diverse ziekenhuizen, heeft hij fysiologische verschijnselen bestudeerd. Hierbij heeft hij geen opzienbarende ontdekkingen gedaan, maar zijn laboratoriumervaring heeft hem wel veel geleerd op het gebied van het wetenschappelijk onderzoek. Deze ervaring heeft een wetenschappelijk onderzoeker van hem gemaakt. Omstreeks 1890 ontdekte Freud op welk terrein zijn belangstelling lag: de psychologie. De rest van zijn leven, ongeveer veertig jaar, is Freud psycholoog geweest.

Welbeschouwd is het een groot voordeel gebleken dat Freud genoodzaakt was zich als praktiserend arts te vestigen. Als wetenschappelijk onderzoeker zou hij wellicht nooit een dynamische psychologie hebben ontwikkeld. Het contact met zijn patiënten heeft hem ongetwijfeld gestimuleerd tot denken in psychologische termen.

Met zijn wetenschappelijke belangstelling drong hij steeds dieper door tot de geest van zijn patiënten. Hij ontdekte de dynamische krachten die verantwoordelijk waren voor de abnormale verschijnselen die hij moest genezen. Langzamerhand vormde zich bij Freud de gedachte dat het merendeel van deze krachten op het onbewuste vlak lag.

Wie Freud zegt, denkt 'psychoanalyse'. In welke relatie staat de psychologie tot de psychoanalyse? In 1927 heeft Freud zelf deze vraag beantwoordt. "De psychoanalyse is een onderdeel van de psychologie. Niet van de medische psychologie in de oude betekenis, noch van de psychologie van pathologie. De psychoanalyse is allerminst representatief voor de psychologie, zij is een substructuur van de psychologie en wellicht zelfs haar gehele basis." Freud spreekt hier over de psychoanalyse als theorie omtrent de persoonlijkheid. Maar de psychoanalyse heeft nog een ander facet. Psychoanalyse is eveneens een wijze van psychotherapie.

Freud was zowel medicus als psychiater, beoefenaar van de natuurwetenschappen en psycholoog. Maar hij was nog meer. Hij was filosoof. Niet zelden voelden negentiende eeuwse geleerden zich aangetrokken tot de filosofie. Velen beschouwden de wetenschap zelfs als filosofie.

Freud had evenwel niet dezelfde filosofische belangstelling als de professionele of academische gevormde filosoof. Zijn filosofie lag op het sociale en humanitaire vlak en uitte zich in de vorm van levensfilosofie, een wereldbeschouwing veeleer gebaseerd op de wetenschap dan op de metafysica of de religie. Hij meende dat een zinnige wereldbeschouwing gebaseerd diende te zijn op waarachtige kennis van de menselijke natuur en deze kennis kon slechts verworven worden door wetenschappelijke onderzoekingen. Sigmund Freud meende niet dat het de taak van de psychoanalyse was een nieuwe wereldbeschouwing tot ontwikkeling te brengen, maar dat zij noodzakelijk is om de wetenschap er toe te brengen de menselijke natuur als object van onderzoek te nemen. Freuds eigen wereldbeschouwing kan in drie woorden worden uitgedrukt. 'Kennis door wetenschap.'

In de negentiger jaren wijdde Freud zich met zijn bekende grondigheid aan een intensieve zelfanalyse. Op grond van de kennis die hij verwierf via zijn patiënten en via deze zelfanalyse, bouwde hij een theorie op omtrent de persoonlijkheid. De ontwikkeling van deze theorie is zijn grootste levenswerk geweest.

Volgens Freud bestaat de persoonlijkheid uit drie belangrijke delen. Hij noemt deze het 'Es', het 'Ich' en het 'Über-Ich'. Bij de geestelijk gezonde mens vormen deze drie delen een hechte, evenwichtige structuur. Door een goede samenwerking stellen zij het individu is staat doeltreffende en bevredigende contacten met zijn omgeving te onderhouden. Het doel van deze contacten is de vervulling van de elementaire behoeften en verlangens van de mens. Wanneer deze drie structurele delen onderling in conflict zijn is de persoon in kwestie onevenwichtig. Hij is niet tevreden met zichzelf en met de wereld, en zijn prestaties verminderen.

Freuds diepgaande kennis van de menselijke natuur stemde hem zowel pessimistisch als kritisch. Hij had geen bijzonder hoge dunk van het overgrote deel van de mensheid. Hij meende dat de irrationele krachten in de menselijke natuur dermate sterk zijn, dat de rationele krachten die hier tegenover staan vrijwel kansloos zijn. Een kleine minderheid zal wellicht zijn leven op de ratio baseren, maar de meeste mensen leven liever met hun illusies en hun bijgeloof dan met de waarheid. De mens wenst de waarheid omtrent zichzelf niet te kennen.

Freud had eveneens kritiek op de samenleving. Hij meende dat de samenleving, die door de mens is gevormd, de onredelijkheid van de mens grotendeels weerspiegelt. Het gevolg hiervan is dat iedere volgende generatie die geboren wordt in een irrationele samenleving, onherroepelijk wordt besmet. De invloed van de mens op de samenleving en vice versa is een vicieuze cirkel waar slechts de sterksten zich kunnen onttrekken.

Freud heeft zijn leven lang geschreven. Vrijwel ieder jaar publiceerde hij minstens één belangrijk boek of verhandeling. Zijn verzamelde werken bestaan uit zeventien delen. Sigmund Freud beschikte over een uitstekende stijl. Zijn gelukkige woordkeuze was ongeëvenaard onder wetenschappelijke schrijvers. Zonder zijn lezers te overdonderen wist hij zijn inzichten en opvattingen op levendige, boeiende en duidelijke wijze over te brengen.

Freud heeft nooit het gevoel gehad dat zijn taak was volbracht. Naar gelang hij nieuwe gegevens verwierf van patiënten en collega's herzag hij zijn basistheorieën en breidde hij ze uit. Reeds vroeg in het leven begreep hij dat conformiteit in de wetenschap gelijk staat aan intellectueel onvermogen.

Sigmund Freud was dus medicus, psychiater, psychoanalyticus, psycholoog, filosoof en criticus. Het belang van Freud voor de mensheid is daarbij dat hij evenals Shakespeare, Goethe en Leonardo da Vinci alles wat hij aanraakte wist te verhelderen en te verduidelijken. Hij was een groot en zeer wijs mens.

Voor een eerste kennismaking met de ideeën van Sigmund Freud heeft Calvin S. Hall een goedleesbaar boek geschreven 'De psychologie van Freud. Een inleiding'. Hall slaagt erin op beknopte en heldere wijze de belangrijkste principes van Freuds theorie aan de orde te laten komen. Begrippen als angst, verdringing, afweermechanisme en vele andere evidente en verborgen aspecten van de psyche worden duidelijke uiteengezet.

Boek: 'De psychologie van Freud. Een inleiding' - Calvin S. Hall - Uitgeversmaatschappij Ad. Donker bv, Rotterdam - Verspreiding in België: Uitgeverij C. de Vries-Brouwers bvba, Antwerpen.