Levenskunst op leeftijd – Hans Becker

In Nederland heeft Humanitas negenentwintig verpleeghuizen, waar al de wensen van de bewoners centraal staan. De voorzitter van de raad van bestuur en hoogleraar Hans Becker (1942) wil heel Nederland overtuigen van de ‘ja-cultuur’ die in de verpleeghuizen van Humanitas heerst.

Om menselijk geluk gaat het in de wooncomplexen van Humanitas, en alles moet in dienst daarvan staan. Volgens Hans Becker wordt dat in de rest van de ouderenzorg te vaak vergeten en dat vindt hij een schande. Zorg hoort mensen plezier te geven en niet als resultaat te hebben dat ze wegkwijnen of liever dood willen, want dan is er iets behoorlijk fout. “Menselijk geluk”, zegt de hoogleraar Humanisering van de zorg, “moet weer het hoofddoel worden van de zorg, en het is goed om daarover ook te theoretiseren.” (Trouw 5 april 2006)

Over zijn theorie, of beter gezegd de in praktijk gebrachte theorie van de Stichting Humanitas kan je lezen in Beckers’ ‘Levenskunst op Leeftijd. Geluk bevorderende zorg in een vergrijzende wereld’. De auteur licht toe wat en op welke manier Humanitas voor ouderen met en zonder handicaps dat geluk organiseert. Met zijn brede maatschappelijke en wetenschappelijke ervaring – van taxichauffeur en pantryboy tot leraar, hoofdredacteur en wetenschappelijk hoofdmedewerker aan de Erasmus Universiteit – ontwikkelde hij een concept dat ook internationaal opzien baarde.

Humanitas probeert bij het organiseren van geluk in de praktijk zo praktisch mogelijk gebruik te maken van wetenschappelijk ontwikkelde inzichten. Een gedeelte van dit instrumentarium komt onder andere van theorieën van Veenhoven van de Erasmus Universiteit, van de grootmeesters Maslow en Petzold en van Csikszentmihalyi met zijn Flowtheorie. Bij al deze theorieën valt op dat bij het organiseren van geluk naast materiële zaken, ook psychologische, sociale en psychosociale omstandigheden een uiterst belangrijke rol spelen. Het zijn juist deze zaken die, historisch gegroeid, in het Nederlandse zorgland een vaak ondergeschikte rol hebben gekregen.

Uitgangspunten en kernwaarden van Humanitas zijn: de zogeheten ja-cultuur, de eigen regie en de eigen werkzaamheid van de cliënt, en de instelling als ‘extended family’ of uitgebreid gezin.

Het sturingselement ja-cultuur krijgt daarbij zeer veel nadruk. Deze positieve manier van tegemoettreden gaat zo ver dat er eigenlijk geen nee meer gezegd mag  worden op vernieuwingsideeën of wensen van medewerkers, cliënten, familie en vrijwilligers, en men in principe alleen nog van ja uit mag gaan. Dit stimuleert bewoners en familie in sterke mate zelf nog dingen te doen, te entameren en voor te stellen.

Ook de nadruk die gelegd wordt op de positieve, activerende, effecten van zelfwerkzaamheid van de cliënten en familie onder het motto ‘je moet in principe niet voor mensen zorgen, je moet zorgen dat ze voor zichzelf kunnen en willen zorgen’, ‘te veel zorg is erger dan te weinig zorg’, ‘use it or lose it’ of ‘rust roest’ is zeer opvallend. Deze positieve effecten behelzen niet alleen biologisch minder achteruitgang, maar zijn ook psychologisch, sociologisch en economisch te duiden.

De extended family-aanpak is dan weer uiterst belangrijk voor de gelijkwaardige omgang, het aanboren van al het (ervarings)deskundigheidspotentieel, het bieden van een ambiance als voedingsbodem voor geluk en om aan cliënten, personeel en vrijwilligers te komen. Bij Humanitas gaan ze met elkaar om als een grote familie, zonder een witte jas aan te trekken. Niet ‘zij’ en ‘wij’ en dus niet de professionelen, die precies weten hoe het zit, en de zielige oudjes die niks meer kunnen. Het personeel ziet de bewoners als wijze ouderen.

Een heel imperium heeft Hans Becker sinds 1992 opgebouwd. Negenentwintig vestigingen, plus nog vijf in aanbouw. Allemaal grote, sfeervolle, mooie gebouwen, met ruime appartementen en beneden een dorpsplein, een kapsalon, winkeltjes, restaurants, een hoek met gloednieuwe computers, schilderijen aan de muur, volières vol vogels en huisdieren. De plaats waar een cliënt verblijft, is volgens Humanitas namelijk van eminent belang. Het is bijna onmogelijk een gelukkig levenseind te hebben in een bed in een vierpersoonskamer met als enige privacy een gordijn dat geuren en geluiden doorlaat. Ook een klein eenpersoonskamertje van twee op twee is niet geschikt.

Wat volgens Humanitas nodig is, zijn appartementen van minimaal tweeënzeventig vierkante meter, waarbij de nadruk gelegd wordt op de mogelijkheid van zelfwerkzaamheid. De woning moet ‘levensloopbestendig’ zijn, allerlei technische mogelijkheden hebben om, zelfs met handicaps, de overgebleven functies gewoon te blijven gebruiken. Om het welzijn te accentueren dienen de verpleging en verzorging enigszins verborgen aanwezig te zijn en de vrolijke activerende welzijnsdiensten de boventoon te voeren.

Hans Becker gelooft ook in menging. Om geen ‘misère-eilanden’ te krijgen, moet de bewoning gemengd zijn. In de levensloopbestendige Humanitascomplexen dienen jong en oud, ziek en niet ziek, rijk en arm, allochtoon en autochtoon door elkaar te kunnen wonen.

Met de nadruk op eigen activiteiten, leuke initiatieven en dingen die wél mogelijk zijn, zou Beckers’ model wel eens een oplossing kunnen geven voor de problemen bij de organisatie van gezondheidszorg. Ouderen, partners en familie worden in een vrolijke omgeving en door een motiverende organisatie namelijk op een speelse manier zélf actief en worden met hun ervaringsdeskundigheid en inzet een grote en kosteloze steun voor de organisatie.

Hans Becker probeert met dit toegankelijk boek aan te tonen hoe je menselijk geluk bevordert in de zorgwereld. Hij reikt ons bovendien een humanistische levensvisie aan die hoop biedt aan elke individuele oudere.

Dr. Hans Marcel Becker – Levenskunst op leeftijd. – Uitgeverij Eburon (Delft) – 2005 (vierde druk) – 237 p., 24.90 euro.