Therapie nog steeds taboe in Vlaanderen

Onze maatschappij lijkt therapie volledig te hebben aanvaard. Maar voor velen is de drempel om de stap naar therapie te zetten echter nog steeds te hoog. In dit land, dat het grootste aantal therapeuten per inwoners telt, heerst nog steeds een taboe op therapie.

Therapie is geen eliteverschijnsel meer, of een teken dat iemand goed gek is. Toch zit het woord therapie nog steeds in een beladen sfeer. Er rust nog steeds een maatschappelijk taboe op therapie. Vrouwen staan in het algemeen meer open voor therapie dan mannen. Het lijkt ook dat vrouwen vaker een depressie krijgen dan mannen, maar dit is alleen maar schijn. Mannen 'maskeren' hun depressie langer dan vrouwen; soms tot de boel ontploft.

In de jaren zeventig en tachtig leefde er een tendens om in therapie te gaan om aan zelfontplooiing te kunnen doen. Vandaag zijn de problemen waarom mensen in therapie gaan veel acuter. Het gaat meer om ernstige trauma's en kwetsuren.

Is het misschien omdat therapie bekender raakt, zodat mensen met zwaardere kwetsuren de stap durven te zetten? Dachten ze vroeger dat ze alles moesten opkroppen om te overleven? Hoe dan ook, therapeuten krijgen tegenwoordig mensen op consultatie die haast uit elkaar vallen na een jarenlange (zelf)verwaarlozing. Hun ouders waren afwezig of zagen niet dat er iets grondig mis liep met hun kind. Of er was sprake van systematisch geweld, vernedering of misbruik.

En dan zijn er de wachtlijsten. Een wachtlijst van zes maanden in een centrum voor geestelijke gezondheid is niet ongewoon. Voor iemand met suïcidale neigingen kan dit fataal zijn. Mensen met zware psychische problemen moeten zo vlug mogelijk behandeld kunnen worden. Je laat een patiënt met een blindedarmontsteking toch ook geen maanden wachten op een operatie.

Zijn we dan een maatschappij geworden die niet meer in staat is om mensen met tegenslagen op te vangen? Moeten we niet met zijn allen wat meer oog hebben voor elkaar, in plaats van therapie te volgen? Vroeger gebeurde dat toch ook: we losten het binnenkamers en onder elkaar op.

Zo simpel is het helaas niet meer. Het zou natuurlijk fantastisch zijn als de onmiddellijke omgeving een zwaar verlies in de familie beter zou kunnen opvangen. Leerkrachten kunnen extra zorg geven aan een kind of een jongere met problemen. Een huisarts zou best verder vragen bij sommige lichamelijke klachten van patiënten. Maar spijtig genoeg kan je in de onmiddellijke omgeving niet alle problemen aanpakken. De contacten met familie en vrienden zijn ook niet meer wat ze vroeger waren; het sociaal vangnet vertoont gaten.

Het is ook absurd om te denken dat de omgeving een trauma opgelopen tijdens de jeugd of door een groot verlies zal oplossen, of dat psychotherapie overbodig is bij ernstige depressies. Dan onderschat men de problematiek en heeft men een foutief beeld van mensen die psychisch lijden.

Waar kan je dan hulp vinden? Hoe moet een leek de goede van de slechte therapeuten onderscheiden? Jammer genoeg helpt therapie niet alleen problemen oplossen, soms doet ze de problemen toenemen. Al meegemaakt of horen vertellen, een therapeut die zijn werkwijze en timing vooraf niet uitlegt en na tien minuten zegt "voor vandaag zit het gesprek erop"? Sommige patiënten zijn jarenlang in behandeling zonder dat er enige verbetering optreedt. Kijk uit met wie je in zee gaat. Ons land heeft jammer genoeg geen officiële erkenningsnormen voor therapeuten.

Tijdens de vorige regeringsperiode waren die erkenningsnormen aan Vlaamse kant rond: alle democratische partijen hadden een akkoord bereikt, maar de Franstaligen waren tegen. Ze vonden erkenningsnormen opleggen een inbreuk op de handelingsvrijheid van de therapeut. De onderhandelingen zijn vervolgens spaak gelopen. Iedereen kan dus zowat een naamplaatje met psychotherapeut aan zijn of haar voordeur hangen. Dat bemoeilijkt natuurlijk het zoeken naar een goede therapeut. Je informeren via beroepsverenigingen is een goede piste. En wanneer je niet tevreden bent over een therapeut, schakel dan gewoon over op een andere.

Een van de obstakels die mensen eveneens tegenhoudt om in therapie te gaan, is dat ze het niet kunnen betalen. Therapie bij een psycholoog wordt ook niet terugbetaald door het reguliere ziekenfonds, omdat het beroep niet erkend wordt door het RIZIV. Voor een consultatie van één uur wordt 40 euro gevraagd. Een pak geld voor wie al in de miserie zit. Een psychiater wordt wel terugbetaald.

Drie jaar geleden deed de Vlaamse Vereniging voor Geestelijke Gezondheid (www.vvgg.be), een organisatie die geestelijke gezondheid promoot door informatie en documentatie, een telefonische bevraging bij 900 mensen. Ze vroegen hen of ze problemen hadden met geestelijke gezondheid of nood hadden aan professionele hulp. Ruim een kwart antwoordde bevestigend. Toch waren velen van hen niet in behandeling, omdat ze de weg naar de hulpverlening niet kenden of omdat ze vreesden dat het te duur zou zijn.

Een recenter onderzoek van de Leuvense professor Koen Demyttenaere komt tot dezelfde bevinding. Er heerst nog steeds een taboe op therapie. Bijna alle bevraagden zegden te weinig geïnformeerd te zijn.

De Julie Rensonstichting hoopt hier wat aan te doen door een informatieve website voor het grote publiek en voor professionals: www.julierenson.be.

Een voorbeeld van een hardnekkig misverstand: bij een therapeut krijg je enkel medicatie. Niet waar! Het gaat om een samenspel tussen gesprekstherapie, medicatie en een goede sociale opvang.