De afgelopen vijftig jaar hebben psychologen zich met grote inzet op geestesziekten gestort, en ze hebben daarbij heel wat successen geboekt. Psychologen kunnen nu met een redelijke nauwkeurigheid concepten als depressie, schizofrenie en alcoholisme meten. Ze weten nu vrij goed hoe dergelijke problemen zich tijdens een leven ontwikkelen en hun kennis over genetische, biochemische en psychologische oorzaken ervan is enorm gegroeid. En het prettige daarvan is dat ze geleerd hebben hoe ze deze ziekten kunnen aanpakken.
Maar mensen willen meestal meer dan alleen maar hun zwakke punten corrigeren. Door ons te richten op het verlichten van de omstandigheden die het leven ellendig maken, geraken de omstandigheden die het leven de moeite waard maken op de achtergrond. Zo verbetert welvaart onze levensomstandigheden, maar verhoogt het ook ons welzijn? Mensen willen een zinvol bestaan en niet alleen maar wat welstand en een praktische oplossing voor hun ellende. De tijd is daarom rijp voor een psychologie die probeert inzicht te krijgen in positieve emotie, competentie en deugd op te bouwen, en richtlijnen te bieden waarmee mensen dát kunnen vinden wat Aristoteles (384-322 v.Chr.) 'het goede leven' noemde.
Volgens Sigmund Freud (1856-1939) is de hele beschaving - inclusief ethiek, wetenschap, religie en technologische vooruitgang - niet meer dan een minutieuze verdediging tegen primaire conflicten over infantiele seksualiteit en agressie. We 'onderdrukken' deze conflicten vanwege het ondraaglijke verlangen dat ze veroorzaken en dit verlangen wordt omgezet in de energie die beschaving voortbrengt. De psychologie van Freud klinkt simplistisch als ze met zo weinig woorden wordt uitgelegd, maar ze is van grote invloed op de dagelijkse psychologische en psychiatrische praktijk, waarin een patiënt het verleden afzoekt naar de negatieve impulsen en gebeurtenissen die zijn of haar identiteit hebben gevormd en die het ware fundament zijn van alle abnormale en normale handelingen. Freuds psychoanalyse is van grote invloed geweest op het begrip van de menselijke natuur, ook in de kunsten en de sociale wetenschappen.
Begin jaren zestig werd de humanistische psychologie ontwikkeld door Abraham Maslow (1908-1972) en Carl Rogers (1902-1987), die veeleer positiever stellingen over de psychologie van het menselijk zijn, onderstreepten. Helaas wisten hun ideeën nooit tot de hoofdstroom van de psychologie door te dringen. De reden waarom de humanistische psychologie toen grotendeels een therapeutische praktijk buiten de universiteiten is gebleven, ligt waarschijnlijk in de vervreemding van de conventionele empirische wetenschap.
Volgens Maslow is het doel van het leven de zelfactualisatie (zelfverwerkelijking) van de individuele mens tot een harmonische geïntegreerde persoonlijkheid, het eindpunt van een natuurlijk verlopend ontwikkelingsproces. Er zijn momenten in het leven waarop deze persoonlijkheid het hoogste geluk beleeft. Maslow spreekt van piekervaringen die niet weggelegd zijn voor gewone mensen, alleen voor krachtige, geheel ontwikkelde persoonlijkheden. De zelfverwerkelijking berust op de gedachte dat er een natuurlijke levensweg voor de mens is.
Een andere bekende naam in dit verband vanwege zijn werk Leren in vrijheid - wat het onderwijs handvaten geeft om vanuit de humanistische psychologie te werken - is Carl Rogers. Volgens hem gaat het bij de opvoeding om het bevorderen van de persoonlijke groei, om de ontplooiing. De optimale persoon is de volledig functionerende persoon, die realistisch, gerealiseerd en aangepast is in zijn gedragingen. Een creatieve persoon ook, wiens specifieke gedragsvormen niet gemakkelijk te voorspellen zijn. Een persoon die steeds in ontwikkeling is, steeds bezig zichzelf en het nieuwe in zichzelf te ontdekken in elk opeenvolgend tijdsmoment.
Maslow en Rogers geloofden in veelal dezelfde premissen als de positieve psychologie van vandaag: wil, verantwoordelijkheid, hoop en positieve emotie. In zowel de religieuze als de seculiere wereld is er volgens de positieve psychologie geen enkel sterk bewijs, geen enkele dwingende aanwijzing om aan te nemen dat competentie en deugd uit een negatieve motivatie voortkomen, zoals o.a. Freud beweerd heeft.
Volgens Martin Seligman (1942), een van de belangrijkste psychologen ter wereld en internationaal aanvoerder van de Positive Psychology Movement, heeft de evolutie van de beschaafde mens zowel goede als slechte eigenschappen bevorderd en zijn er adaptaties geweest waardoor moraliteit, samenwerking, altruïsme en goedheid voordelen boden, net zoals er aanpassingen zijn geweest waardoor moord, diefstal, egoïsme en terrorisme mogelijk werden. Deze stelling over het tweeslachtige aspect van de mens vormt de basis voor de positieve psychologie. Het ware geluk komt voort uit het herkennen en cultiveren van uw meest fundamentele eigenschappen en uit de dagelijkse toepassing ervan in o.a. werk, liefde, spel en ouderschap.
Positieve psychologie rust op drie pijlers: ten eerste is er de studie van positieve emotie. Ten tweede is er de studie van positieve eigenschappen, vooral van competenties (sterke punten) en deugden, maar ook van 'talenten' als intelligentie en sportiviteit. Ten derde is er de studie van positieve instituties als democratie, hechte families en vrij onderzoek, die de deugden steunen, die op hun beurt de positieve emoties steunen.
Wat is het belang van positieve psychologie? Zijn in moeilijke tijden het begrijpen en verlichten van lijden belangrijker dan het begrijpen en bevorderen van geluk? Volgens Martin Seligman niet. Mensen die verarmd of depressief zijn of met gedachten aan zelfmoord rondlopen, geven om veel meer dingen dan alleen vermindering van hun lijden. Deze mensen geven - soms wanhopig veel - om deugd, om doel, om integriteit en om betekenis. De beste therapeuten helen niet alleen de schade, ze helpen mensen ook hun competenties en deugden te herkennen en op te bouwen.
Wie of wat ons drijft tot 'het goede leven' van Aristoteles, doet er eigenlijk niet zoveel toe, als het ons maar leert om goed voor zichzelf te zorgen. Als we gestrand zijn in een wereld met weinig en vluchtig plezier, nauwelijks voldoening en zonder betekenis, kan aandacht voor onze sterke punten, talenten en competenties leiden tot het bereiken van blijvende voldoening: zingeving en doel.
Dit werk is gelicenseerd onder een Creative Commons Naamsvermelding 2.0 België licentie