juli 2005

Handboek voor de levenskunst - Wilhelm Schmid

Aan de schrijver wordt gevraagd: ‘Waar gaat uw boek over?’ Antwoord: ‘Over de relatie van het individu met zichzelf.’ Reactie: ‘Aha, over het egoïsme dus.’ De schrijver: ‘Is een relatie met jezelf hebben egoïsme?’

De oorspronkelijke titel van het boek luidt ‘Mit sich selbst befreundet sein’. Wat is een ‘relatie met jezelf?’ Het is in elk geval een merkwaardig verschijnsel, net zo fascinerend als verontrustend: het is fascinerend dat zo’n relatie überhaupt mogelijk is; en verontrustend dat ze de voorkeur kan genieten boven de relaties met anderen. Het lijkt echter moeilijk ergens anders te beginnen, aangezien in ons moderne tijdperk mensen meer dan ooit tevoren op zichzelf zijn aangewezen.

Falen met succes

Onze cultuur dringt ons het idee op dat wij zelf ons succes en ons falen in de hand hebben. “Als we maar genoeg ons best doen, zal het ons wel lukken.” Het effect van deze opvatting is dat de mens wordt belast met het moderne equivalent van het schuldgevoel: de angst om te falen.

Succes wordt geassocieerd met zich goed voelen, falen met zich slecht voelen. We willen allemaal vliegen op de vleugels van het succes; een gegarandeerd recept voor neurose.

Wat is succes en wat is falen? Een van de meest voorkomende lichamelijke klachten van tegenwoordig is vermoeidheid. Moe zijn wordt daarbij bijna nooit geaccepteerd als een normale conditie van het lichaam. Men is altijd ‘abnormaal’ moe. Het wordt gezien als teken van zwakte, als een mislukking, en gebrek aan wilskracht. De implicatie is dat moe zijn ‘fout’ is, een teken van falen. Men is ervan overtuigd dat men actief zou moeten zijn, productief en efficiënt. Dat beeld is tot een ‘ego-ideaal’ geworden dat men zich eigen maakt door wat men onder andere op school en thuis geleerd heeft.