Door Micheline Baetens op do, 09/02/2004 - 00:00
De afgelopen vijftig jaar hebben psychologen zich met grote inzet op geestesziekten gestort, en ze hebben daarbij heel wat successen geboekt. Psychologen kunnen nu met een redelijke nauwkeurigheid concepten als depressie, schizofrenie en alcoholisme meten. Ze weten nu vrij goed hoe dergelijke problemen zich tijdens een leven ontwikkelen en hun kennis over genetische, biochemische en psychologische oorzaken ervan is enorm gegroeid. En het prettige daarvan is dat ze geleerd hebben hoe ze deze ziekten kunnen aanpakken.
Maar mensen willen meestal meer dan alleen maar hun zwakke punten corrigeren. Door ons te richten op het verlichten van de omstandigheden die het leven ellendig maken, geraken de omstandigheden die het leven de moeite waard maken op de achtergrond. Zo verbetert welvaart onze levensomstandigheden, maar verhoogt het ook ons welzijn? Mensen willen een zinvol bestaan en niet alleen maar wat welstand en een praktische oplossing voor hun ellende. De tijd is daarom rijp voor een psychologie die probeert inzicht te krijgen in positieve emotie, competentie en deugd op te bouwen, en richtlijnen te bieden waarmee mensen dát kunnen vinden wat Aristoteles (384-322 v.Chr.) 'het goede leven' noemde.