Door Micheline Baetens op ma, 07/05/2004 - 15:14
In de Grieks-Romeinse wereld was de zorg voor zichzelf de manier waarop de individuele, en tot op zekere hoogte de burgerlijke, vrijheid ethisch werd ingevuld. In onze cultuur is de zorg voor zichzelf daarentegen vanaf een bepaald moment verdacht geworden. ‘Met zichzelf bezig zijn’ werd eenvoudigweg aan de kaak gesteld als een vorm van eigenliefde, van zelfzucht of van belangstelling voor de eigen persoon, die haaks staat op de belangstelling die je voor anderen hoort te hebben en op de noodzakelijk geachte zelfopoffering.
Bij de Grieken en de Romeinen, maar vooral bij de Grieken moest men zich met zichzelf bezig houden om zich goed te kunnen gedragen en de vrijheid naar behoren in praktijk te brengen. Men moest voor zichzelf zorg dragen, zowel om zichzelf te leren kennen, als om zichzelf vorm te geven, boven zichzelf uit te stijgen en de lusten te beheersen die je dreigen mee te slepen. Individuele vrijheid was voor de Grieken iets heel belangrijks. Geen slaaf zijn van hen die je omringen, van hen die je besturen, van je eigen hartstochten, was een absoluut fundamenteel thema in het Grieks-Romeinse denken.