april 2004

Psychologie van het menselijk zijn - Abraham H. Maslow

Ieder individu is, voor een deel, ‘zijn eigen project’, en maakt zichzelf”, aldus A. H. Maslow in zijn boek Psychologie van het menselijk zijn.

Abraham Maslow (1908-1972) is de grondlegger van de humanistische psychologie. Volgens Maslow is het doel van het leven de zelfactualisatie (zelfverwerkelijking) van de individuele mens tot een harmonische, geïntegreerde persoonlijkheid, het eindpunt van een natuurlijk verlopend ontwikkelingsproces. Ook bij groepsprocessen gaat het uiteindelijk om het zichzelf worden in en door de communicatie. Er zijn momenten in het leven waarop deze persoonlijkheid het hoogste geluk beleeft. Maslow spreekt van piekervaringen, die niet weggelegd zijn voor gewone mensen, alleen voor krachtige, geheel ontwikkelde persoonlijkheden. De zelfverwerkelijking berust op de gedachte dat er een natuurlijke levensweg voor de mens is. “Mijn stellingen, zegt Maslow, gaan ervan uit dat de hoogste waarden besloten liggen binnen de menselijke natuur zelf en dat ze daar dienen te worden ontdekt.” Dit is een scherpe tegenspraak met oudere en meer gebruikelijke opvattingen als zouden de hoogste waarden alleen maar kunnen komen van een bovennatuurlijke God, of vanuit een andere bron buiten de menselijke natuur zelf. Maslow noemt zijn psychologie “een naturalistische wetenschap van de menselijke waarden”, een “normatieve sociale psychologie” die de natuurlijke normen aangeeft voor het leven en samenleven, normen die bij het leven zelf horen en uit dat leven voortkomen. Deze psychologie zal leiden naar de “biologische broederschap” van mensen.