Logica van het Gevoel – Arnold Cornelis

Logica van het gevoelProf. dr. Arnold Cornelis (1934-1999) was filosoof, kennistheoreticus en auteur. Hij promoveerde tot doctor in de wijsbegeerte aan de Rijksuniversiteit te Gent, in 1975, op een proefschrift, getiteld De Maatschappij als Leerproces, bij Prof. dr. Leo Apostel (1925-1995), zelf leerling en medewerker van de kennisfilosoof Jean Piaget (1896-1980). Hij doceerde filosofie en sociale theorie van de kennis aan de Universiteit van Gent, Groningen en Amsterdam en bekleedde de leerstoel voor sociale theorie van kennis en wetenschap aan de economische sociale politieke faculteit van de Vrije Universiteit van Brussel.

Overeenkomstig de filosofie van de stabiliteitslagen in de cultuur die hij in de Logica van het Gevoel ontwikkelt, situeerde hij zichzelf in zijn communicatieve fase, hij bouwde de collegezaal naar buiten. Hij was werkzaam als auteur, gaf gastcolleges in postdoctorale instituten en colloquia en had grote faam als spreker. Door zijn publicaties en bijdragen aan internationale congressen was hij een van de grondleggers van het nieuwe Europese denken over de culturele rol van kennis, wetenschap en communicatie. Hij kreeg de George Gall Award en zijn boek Logica van het Gevoel werd geselecteerd als Book of the Year in 1990 door de Systems Research Foundation op het International Congres for Advanced Studies in Systeem Research, Cybernetics and Informatics te Baden-Baden.

Lees verder

Niets nieuws onder de zon

In de Grieks-Romeinse wereld was de zorg voor zichzelf de manier waarop de individuele, en tot op zekere hoogte de burgerlijke, vrijheid ethisch werd ingevuld. In onze cultuur is de zorg voor zichzelf daarentegen vanaf een bepaald moment verdacht geworden. ‘Met zichzelf bezig zijn’ werd eenvoudigweg aan de kaak gesteld als een vorm van eigenliefde, van zelfzucht of van belangstelling voor de eigen persoon, die haaks staat op de belangstelling die je voor anderen hoort te hebben en op de noodzakelijk geachte zelfopoffering.

Bij de Grieken en de Romeinen, maar vooral bij de Grieken moest men zich met zichzelf bezig houden om zich goed te kunnen gedragen en de vrijheid naar behoren in praktijk te brengen. Men moest voor zichzelf zorg dragen, zowel om zichzelf te leren kennen, als om zichzelf vorm te geven, boven zichzelf uit te stijgen en de lusten te beheersen die je dreigen mee te slepen. Individuele vrijheid was voor de Grieken iets heel belangrijks. Geen slaaf zijn van hen die je omringen, van hen die je besturen, van je eigen hartstochten, was een absoluut fundamenteel thema in het Grieks-Romeinse denken.

Lees verder